woensdag 3 augustus 2011

Concrete jungle(courtesy of Bob Marley)

 
Net naast het kleine balkon achter mijn keuken bouwt men een nieuw appartementsblok. En juist voor mijn deur aan de overkant ook. Op de hoek van de straat was er nog een braakliggend terrein, maar ook dat moet er aan geloven.

India ontwikkelt razendsnel. De economie groeit met sprongen en dit creëert een middenklasse die zich beter wil behuizen. In de praktijk betekent dit een appartement huren, of als je iets beter af bent, kopen. Rijwoningen vind je omzeggens niet in de stad en vrijstaande huizen zijn voor de echt rijken.

Hyderabad is een hongerig monster dat uit zijn voegen barst. Amper 20 jaar geleden telde het nog geen 3 miljoen inwoners, nu naar schatting 12 miljoen. Aan hoog tempo wordt verkaveld en beton gegoten. Geen wonder dat veel sponsors van cricketteams steenrijke cementboeren zijn. Afgelopen weekend ging onze zondagse wandeling door een stuk park langs een vijver. De oever aan de overkant was volgebouwd met kantoorgebouwen en winkelcentra. Iemand vertelde dat er zes jaar geleden, toen hij er voor het eerst kwam, nog helemaal niets stond. Zo snel gaat het hier.

De bouwsector is een grote werkverschaffer. Ongeschoolde arbeid kost heel weinig in India, tussen 80 en 150 euro per maand, voor werkweken tot 70 uur. Dus zie je bijna geen machines op een werf. Stukken rots worden door vrouwen één voor één weggebracht, beton wordt in schotelvormige kuipen aangedragen. Het is goedkoper om 20 man gedurende een paar dagen een sleuf te laten graven, dan om een uur een graafmachine hetzelfde werk te laten doen, dus gebeurt het manueel. Naast grote bouwwerken zie je sloppenwijken van bouwvakkers opduiken, tentjes van bamboe en blauw plastiek. Ze verhuizen mee met het werk.

Erg veilig ziet het er allemaal niet uit. Op de meeste werven lopen de bouwvakkers blootsvoets en draagt niemand een helm. De verschillende bouwlagen worden gestut met houten palen tot het beton droog is en het gebouw wordt omgeven door verdiepinghoge gammel gesjorde  houten stellingen. Niet voor angsthazen.



Kijk ook niet teveel naar de afwerking. Iets afdekken tijdens het schilderen van muren en plafonds gebeurt niet. Veel ramen en ingemaakte kasten zitten bijgevolg onder de verfspatten. Ook ramen en deuren trekken algauw krom omdat het hout te snel na het kappen gebruikt wordt.

Veel bouwvoorschriften zijn hier wellicht niet. Iedereen doet maar raak, zo lijkt het. Alle appartementen staan los van elkaar, maar zijn zo dicht opeen gebouwd dat het één betonnen jungle wordt. Mooi kun je het moeilijk noemen. Ik heb geluk, ik woon op het derde en het blok naast mij is maar twee hoog. De ramen van mijn onderbuur echter, kijken allemaal uit op de muren van de omliggende appartementen, minder dan een meter verder.

zondag 31 juli 2011

Ritme van de regen(courtesy of R. De Nijs)


Gisteren vertelde een Indische collega me dat het dit jaar  nog niet genoeg geregend had tijdens de moesson. Er was amper 40% van de verwachte hoeveelheid gevallen. En, voegde ze eraan toe, de boeren waren aan het klagen. Dat blijkt dus universeel te zijn.

Hyderabad ligt op het Deccan plateau, en krijgt de uitlopers van zowel de zuid-west, als de noord-oost moesson. Als gevolg daarvan duurt het regenseizoen hier tamelijk lang, van half juni tot in oktober. Een ander gevolg is echter dat we hier geen dagenlange regens krijgen, maar kortere hevige buien. Die variëren in lengte van een kwartier tot meerdere uren.

Ieder jaar wordt er uitgekeken naar de regens. Die kondigen het einde van de hete periode aan. Ik zat in vergadering bij de eerste serieuze vlaag en iemand riep spontaan: "Oh, thank god, summer is nearly over". Ik zie het in België nog niet snel gebeuren.  Hoewel het nog een tijdje heet blijft, betekent het regenseizoen toch een temperatuurval van zo'n 10 graden. En 31, 32 graden is toch net iets anders dan 41, 42. Geloof me vrij.

Moessonbuien zijn erg indrukwekkend. Het blijft verbazend hoeveel water er kan vallen op beperkte tijd.Wat het extra spectaculair maakt is dat de meeste straten hier geen riolering hebben. Het water stroomt dus allemaal naar het laagste punt van de weg. In een mum van tijd ontstaan kleine kniehoge vijvertjes over de ganse breedte van de weg van soms wel 15, 20 meter lang. Met de wagen raak je er nog net door, maar voor de vele bromfietsen is het erg moeilijk. Temeer omdat je de vele putten in de weg niet meer ziet. Als er dan toch riolering is, dan probeert men van het overtollige water af te raken door het putdeksel in het midden van de weg te openen. Oppassen geblazen, als je plots een draaikolk opmerkt.

Mijn straatje heeft een helling van zo'n 30 %. Een hevige regenbui is genoeg om het in een soort wildstromend bergriviertje te veranderen. Vanop het balkon van de derde verdieping leuk om te bekijken, maar ik beklaag de mensen die beneden wonen en de volle laag krijgen.


Een paar weken geleden werd ik ook eens verrast door een regenbui. Samen met mijn buren, zus en broer Monica en Abishek ging ik 's avonds een boodschap doen en daarna zouden we  nog iets gaan drinken. Eerst moest Monica nog tanken. Voor een goed begrip, ik was passagier op Abishek's bromfiets. Toen we bijna aan het tankstation kwamen vielen de eerste druppels. Even schuilen, dachten we, het zou wel snel over zijn. De regen bleef echter met bakken naar beneden komen. Uiteindelijk beslisten we om terug te keren. Het werd een onvergetelijke belevenis. Zes kilometer achter op de brommer door de warme regen. Ik denk niet dat ik al ooit natter geweest ben in mijn leven.


woensdag 27 juli 2011

Tussendoortje: enkele boekentips


Uitgeregende vakantiedagen?! Dan als tussendoortje enkele Indische boekentips.Deze vijf boeken samen geven een goed beeld van het huidige India met thema's als het botsen van traditie en vernieuwing, de tegenstelling arm-rijk, het belang van de religie en de conflicten tussen de verschillende godsdiensten, het vasthouden aan de eigen cultuur bij emigratie, geplande huwelijken, de opkomst van India als economische grootmacht,...

Al de boeken werden oorspronkelijk in het Engels geschreven, maar zijn in het Nederlands te vinden.Vier van de vijf wonnen de Booker Prize en de vijfde won de Pulitzer. Ja, ik moest natuurlijk ergens beginnen in mijn zoektocht naar Indische literatuur. Denk nu niet dat het allemaal zwaar op de hand ligt. Meestal is een milde vorm van humor wel aanwezig.

Salman Rushdie - Midnight's Children(Middernachtskinderen)
Het oudste boek uit het lijstje. Uit 1981. Magisch-realistische vertelling over India net voor, tijdens en vooral na de onafhankelijkheid. Het hoofdpersonage wordt geboren net op het ogenblik dat India onafhankelijk wordt en houdt er telepatische gaven aan over. Het boek werd in Engeland verkozen tot beste Booker laureaat van de laatste 40 jaar. Maar let op, het is Rushdie, dus niet meteen vlotte strandlectuur.

Arundhati Roy - The god of small things(De god van kleine dingen)
Het verhaal van een tweeling die als kinderen op hun zevende gescheiden worden en elkaar 23 jaar later terug zien en terugblikken over wat gebeurd is. Over hoe kleine dingen levens beïnvloeden.

Jhumpa Lahiri - The Namesake(de naamgenoot)
Lahiri is een Amerikaans-Indische(geboren  in Engeland) schrijfster/journaliste die tot nog toe 2 bundels kortverhalen en één roman publiceerde. Alle drie de moeite waard. The namesake handelt over een Bengaalse familie die naar de States emigreert en een nieuw leven probeert op te bouwen in een voor hen vreemde omgeving.

Kiran Desai - The inheritance of loss(De erfenis van het verlies)
Partner van Orhan Pamuk en dochter van Anita Desai, een van India's meest geprezen schrijfsters. Kiran Desai moest wel schrijfster worden. Dit boek gaat over illegale Indische immigranten in de States, een verwesterd meisje en haar traditionele grootvader in Noord India, allen verbonden door familiebanden.

Aravind Adiga - The white tiger(De witte tijger)
Erg populair boek, ook bij ons. Ideale starter om het huidige India te leren kennen. Corruptie, de opkomst van de Indische economie, religieuze spanningen, familiebanden, arm en rijk. Het wordt allemaal met de nodige humor beschreven. Adiga is hot, momenteel ligt zijn derde boek, Last man in tower, hier letterlijk in huizenhoge stapels in alle boekhandels.

Veel leesplezier;

dinsdag 19 juli 2011

Terug naar school


Lange terrasjesavonden zitten er in België voor het ogenblik niet in. Dat maak ik toch op uit de vele commentaren op Facebook. Maar kom, het is toch vakantie voor de studenten. Hier in India is die al een tijdje voorbij. Ze valt in april en mei, de heetste maanden. Vanaf juni start het nieuwe schooljaar mondjesmaat. Er lijkt geen soort 1 september te bestaan.

Zo mocht ook Shankar enkele weken geleden naar het eerste leerjaar. Shankar is het zoontje van de watchman van het blok waar Colruyt enkele appartementen huurt. Een nakomertje. Zijn familie heeft omzeggens niets. Met zijn zevenen of achten, ik weet het niet precies, leven ze op de gelijkvloerse parking. Tussen vier steunpilaren is hun huis gebouwd, 3 op 3 hoogstens. Speelgoed heeft hij niet. Slapen doe hij op de betonnen parkingvloer. Toch is het een vrolijk kereltje. En onder ons gezegd en gezwegen, in India zijn heel veel kinderen er erger aan toe.



In plaats van een sjofel T-shirt stond Shankar die ochtend klaar in zijn nieuwe schooluniform. Een rood-wit geruit hemd en een bordeaux korte broek. Allebei duidelijk op de groei gekocht, want waarschijnlijk een grote hap uit het gezinsbudget. Zijn haren netjes gekamd en een beetje nerveus voor de grote dag.

's Avonds zat hij op een verschoten plastieken stoel op de parking, het uniform veilig opgeborgen voor de volgende dag, te lezen in zijn eerste schoolboek: 'A is for apple, B is for boat, C is for cat'. "Very good, Shankar", zeiden we en daar verscheen de breedste glimlach die je je kan inbeelden op zijn gelaat. Zonder playstation kan een kinderhand dus ook gevuld zijn.

dinsdag 12 juli 2011

Ethnic style


Vorige maand zat er bitter weinig beweging in mijn blog. Geen inspiratie, geen tijd, writer's block, wie zal het zeggen. Maar kom, we nemen de draad weer op, hebben nog wat onderwerpen in de kast liggen om een paar afleveringen verder te kunnen.

Enkele weken geleden was er de officiële opening van ons nieuwe gebouw, compleet met een pooja, een Hindoe inwijdingsritueel dat algauw twee uur duurt. Het gebouw zelf is nog niet volledig af en het is nog even wachten op een aantal vergunningen voor we erin kunnen trekken, maar één of andere hindoe-mens had berekend dat het beste moment voor de pooja 22 juni om 5u30 's morgens was. Dus moest het dan maar.

De organisatoren van het sport en cultuurcomité besloten om de opening te koppelen aan "ethnic day", een jaarlijks terugkerende activititeit waarop zowat iedereen in ethnische kledij komt werken. Als Belg ter plaatse is er geen ontsnappen aan. En omdat ik toevallig geen Belgische etnische kledij bij had, zat er niets anders op, dan mij een Indische plunje aan te schaffen.

Mijn eigen kennis van Indische mode is zo goed als nihil, dus besloot ik Ziba mee te vragen. Zij is zelf geen Indische, daarom vroeg ze Monica, haar Indische buurmeisje mee. Monica had net bezoek van een vriendin. En zo ging ik een Indisch kleed kopen, begeleid door 3 vrouwen.

De kwaliteit van de kleren in de eerste winkel werd algauw als onvoldoende bestempeld, dus wij op weg naar een 'beter' adres. Daar lieten de dames me outfit na outfit passen. Het ene was te feestelijk, het andere paste niet echt bij de kleur van mijn haar, een derde was te lang. Steeds wist één van hen wel iets op te merken. Ik werd er stilaan radeloos van. Maar de winkelbedienden haalden outfit na outfit tevoren. Drie kwartier en 11 pasbeurten later was er eindelijk een kostuum waarover ze het eens waren. Ik blij natuurlijk, en om te lachen zei ik dat ik toch nog twijfelde tussen dit en het derde wat ik paste. Oh nee, klonk het in koor, dat derde was zus en zo, en dit en dat,.. Ik had al lang geen idee meer wat het derde kleed geweest was.


De dames moeten toch goed gekozen hebben, want ik kreeg heel wat complimentjes op mijn werk.

maandag 30 mei 2011

Expat


Met mijn Indische collega's kan ik goed overweg. Ook het dagelijkse leven bevalt me hier. Toch zijn er momenten dat je als westerling even uit de Indische samenleving wil stappen om onder lotgenoten te zijn. Dat kan de vrijdagavond op de bijeenkomst van TEA, een expat organisatie hier in Hyderabad. Die verzamelt sinds kort op een nieuwe lokatie in Boulder Hills, het clubhuis van een golfclub, waar het aangenaam zitten en lekker eten is.

Je komt er een waaier van nationaliteiten tegen. Heel wat Fransen en Duitsers, maar ook Britten, een Spaanse, een handvol Canadezen en Amerikanen en zelfs andere Belgen. De afgelopen week wordt er besproken bij een biertje en een hapje en meestal sluiten de Belgen de boel. Stel je daar geen bacchanalen bij voor, om 11 uur 's avonds is alles afgelopen.

Eén van de meest interessante mensen die ik er de afgelopen weken mocht ontmoeten is Ziba, een Iraanse freelance fotografe. Met wat ze in haar leven al heeft meegemaakt, kun je een lijvige biografie vullen. Haar vader was oppositie politicus in Iran. Toen ze elf was werden haar moeder, samen met een broer en zus van haar daarom door het regime vermoord in een bomauto. Haar vader is ondertussen ook overleden en de rest van het gezin leeft verspreid in Canada en Zweden. Ziba spoelde aan in India en bouwde met vallen en opstaan, de details zouden ons te ver leiden, hier haar leven opnieuw op. Van de weeromstuit is ze er katholiek van geworden.

Ik vind het leuk praten met Ziba en ze geeft goede fototips. Even tussendoor voor alle duidelijkheid: Ik heb er niets mee, geen verkeerde gedachten krijgen. Zondag vroeg ze of ik geen zin had om mee te gaan naar de Hash, een iets sportievere tegenhanger van TEA. Je kan er anderhalf uur wandelen of lopen. Bij temperaturen van 40° lijkt wandelen me al voldoende. Je komt er langs plaatsen even buiten de stad waar je anders niet komt en het bulkt er van de photo opportunities. Dus besloot ik maar mee te gaan.

Het is een meevaller geworden. Het publiek is deels hetzelfde als op vrijdagavond en de fysieke inspanning kon ik best wel gebruiken. Ook mijn camera stond niet stil. Na de wandeling werd het me even te studentikoos met een soort inwijding voor nieuwelingen, ik dus, en straf voor de laatkomers, begeleid door scabreuze gezangen. Dat is nooit echt my cup of tea geweest, maar kom, ik was Ziba dankbaar voor de vraag en ben volgende week waarschijnlijk opnieuw van de partij.

zondag 22 mei 2011

Filiberke gaat trouwen, maar dan omgekeerd


Over het algemeen weigeren wij als Belgen beleefd de wedding invitations die we krijgen. Die komen nu, op het hoogtepunt van het trouwseizoen vlot binnen. En dan krijg je al eens een uitnodiging voor het huwelijk van een aangetrouwde neef van de broer van de vrouw van een verre collega, die op een woensdagavond om 11u27 trouwt. Om daar als blanke trofee op te draven, dat zien we niet echt zitten.

Maar voor een directe collega, die dan nog zelf trouwt, op een treffelijk uur (woensdagmorgen om 10 uur), wil ik graag een uitzondering maken. Dus trok ik afgelopen woensdag, samen met enkele Indische colruyt medewerkers naar het huwelijk van Poojitha. Niet dat het zo evident was. Het hele gebeuren vond plaats in Karimnagar, een kleine 200 km van Hyderabad, en dat betekent hier algauw 4 uur rijden. Bovendien klimt de temperatuur momenteel vlot boven de 40° . Ook moest ik zeker om 3u30 's middags terug zijn voor een vergadering. 8 uur auto in de Indische zon voor een kleine 3 uur trouw, het hoort er allemaal bij.

Zo'n huwelijk is een kleurrijke aangelegenheid. Vooral vrouwen en kinderen lopen er op hun best bij, en zulke photo opportunities wil ik graag benutten. Dat je daar als blanke evenzeer een foto-object bent moet je er maar bijnemen.
Net voor de ceremonie zag ik een meisje niet ouder dan negen of tien jaar, duidelijk behorend tot de dichte familie van het bruidspaar, helemaal uitgedost, in haar neus staan peuteren. Vlug nam ik een foto (helaas niet scherp genoeg naar mijn goesting) en wekte daarmee haar aandacht. Van dan af verloor ze me niet meer uit het oog. Steeds dwaalde haar blik in de richting van mezelf en mijn collega's. We begonnen er grapjes over te maken. Na een tijdje kwam ze een rij voor ons plaats nemen. Nog wat later draaide ze zich om en stelde de overbekende vraag "Which country?".

Daar bleef het niet bij, ze wilde weten hoe ik heette, haar naam was Sriya, hoe oud ik was, of ik getrouwd was, of ik veel geld verdiende, hoeveel roepies ik in de envelop voor het bruidspaar had gestopt, hoe ik de bruid kende, enzovoort. Hoe langer het gesprek duurde, hoe groter de hilariteit werd bij ons groepje. Met haar GSM nam ze enkele foto's van me. Toen ze mijn nummer vroeg, heb ik maar wijselijk verteld dat mijn telefoon in België lag en ik dus geen nummer had in India.
Eén van mijn collega's vroeg of ze misschien met mij wou trouwen en toen werd het meisje plots heel erg verlegen, verborg haar gezicht en stoof even later weg.

Of de kleine Sriya nog veel aan ons gedacht heeft nadien, dat weet ik niet, maar ze heeft er wel voor gezorgd dat het mijn leukste Indische function werd tot op vandaag.